Het Belvedere bestaat uit twee paleizen — het Opper en het Neder Belvedere — gebouwd tussen 1697 en 1723 als zomerresidentie van Prins Eugenius van Savoye, de meest succesvolle generaal van het Habsburgse Rijk. Het Opper Belvedere is het imposante paleis aan de bovenzijde, met uitzicht op de keizerlijke stad, bovenaan een formele tuin die 400 meter afdaalt richting het centrum van Wenen. In het Neder Belvedere woonde Eugenius daadwerkelijk. Hij overleed kinderloos in 1736; de Habsburgers kochten het complex in 1752 en maakten er een keizerlijke galerij van.
In 1908 verkocht Gustav Klimt *De Kus* aan het nieuw opgerichte staatsmuseum voor 25.000 kronen — destijds de hoogste prijs ooit betaald voor een Oostenrijks schilderij. Het werk hangt sindsdien in het Belvedere. Vandaag de dag omvat de collectie 24 werken van Klimt, 290 van Schiele, belangrijke werken van Oskar Kokoschka, en 's werelds grootste collectie Biedermeier-schilderijen.
De Kus hangt in een eigen zaal, wat zowel een zegen is (u kunt er daadwerkelijk voor staan) als een knelpunt (iedereen wil dat). Met voorrangstoegang vermijdt u de wachtrij bij de hoofdingang; eenmaal binnen doet u er verstandig aan vroeg te komen of een doordeweekse tijdslot te boeken om 60 seconden alleen met het werk te hebben.